Meetinstrumenten

Werkwijze - methoden

Het onderzoek is uitgevoerd in verschillende fasen. In de eerste fase is een verkenning van de literatuur uitgevoerd om te bepalen welke domeinen het meest van belang zijn voor de KvL van patiënten met ongeneeslijke aandoeningen. Uit de literatuur bleken de volgende domeinen de grootste invloed te hebben op de KvL van patiënten zonder behandelmogelijkheden:

In de tweede fase is een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd in on-line gegevensbestanden voor wetenschappelijke literatuur op gebied van geneeskunde, verpleegkunde en psychologie (PubMed, Embase, Cinahl en PsycINFO). De zoekstrategie was opgebouwd uit zoektermen rondom kwaliteit van leven en palliatieve zorg en bevatte een verzameling zoektermen ontworpen om studies over de ontwikkeling en/of validatie van meetinstrumenten te vinden. Deze zoekstrategie leverde 2015 referenties op.

In de derde fase zijn op basis van titel en samenvatting uit deze 2015 referenties de studies geselecteerd die voldeden aan de volgende inclusiecriteria:

Niet opgenomen zijn studies over meetinstrumenten die kwaliteit van of tevredenheid met palliatieve zorg meten, studies naar de effectiviteit van een therapie of medicijn, literatuuroverzichten en studies die vóór 1990 zijn verschenen.

In de vierde fase is de volledige tekst van de overgebleven 65 studies bestudeerd. 36 artikelen beschreven de evaluatie van een of meerdere meeteigenschappen. Deze artikelen presenteerden informatie over 29 meetinstrumenten. Twee personen hebben onafhankelijk van elkaar gekeken naar een aantal algemene kenmerken van het instrument, zoals o.a. de doelpopulatie, de gemeten domeinen van kwaliteit van leven, het aantal vragen en de invultijd. De klinimetrische kwaliteit is ook door twee personen onafhankelijk van elkaar beoordeeld, met behulp van kwaliteitscriteria ontwikkeld door Terwee e.a. (2007). Deze criterialijst beoordeelt het meetinstrument op de volgende meeteigenschappen:
0 = geen informatie; - = lage kwaliteit; ? = onbepaald; + = hoge kwaliteit.

Omschrijving van de meeteigenschappen

Validiteit verwijst naar de mate waarin een meetinstrument meet wat het zou moeten meten. De meetinstrumenten in dit onderzoek zijn beoordeeld op inhouds- en constructvaliditeit.

Inhoudsvaliditeit is de mate waarin de dimensies van het te meten construct vertegenwoordigd zijn in de vragen. Een positieve beoordeling wordt gegeven als het doel, de doelpopulatie en de manier waarop de vragen van het instrument geselecteerd zijn, beschreven zijn. Bij de selectie van de vragen moeten patiënten betrokken zijn en eerder onderzoek of experts geraadpleegd zijn.

Constructvaliditeit is de mate waarin scores verkregen met het meetinstrument samenhangen met vergelijkbare meetinstrumenten die beogen hetzelfde concept te meten. Constructvaliditeit wordt positief beoordeeld als vooraf opgestelde hypothesen over de richting en de sterkte van de relatie met instrumenten die hetzelfde construct meten en de resultaten overeenkomen met de hypothesen. Deze hypothesen gaan meestal over een verwachte relatie tussen scores op het meetinstrument en een vergelijkbaar instrument of over verwachte verschillen in scores tussen groepen.

Interne consistentie is de mate waarin verschillende vragen in een (sub)schaal hetzelfde construct meten. Een positieve score wordt toegekend als een techniek (factoranalyse) om een bepaalde groepering van vragen in (sub)schalen te laten zien toegepast is bij meer dan 100 respondenten. Om de homogeniteit van de vragen aan te tonen moet Cronbach’s Alpha berekend zijn per (sub)schaal,  en een waarde tussen 0.70 en 0.90 hebben.

Reproduceerbaarheid geeft de mate van overeenkomst tussen herhaalde metingen met het meetinstrument weer wat een indicatie is voor de betrouwbaarheid van een meetinstrument. Reproduceerbaarheid bestaat uit twee aspecten, namelijk uit: test-hertest betrouwbaarheid en de absolute meetfout. Test-hertest betrouwbaarheid is een maat voor de meetfout gerelateerd aan de spreiding in de populatie, en geeft aan hoe goed respondenten van elkaar te onderscheiden zijn. Een positieve score voor test-hertest betrouwbaarheid wordt verkregen als een Intraclass Correlatie Coëfficiënt of een Kappa berekend is en deze een waarde heeft gelijk aan of hoger dan 0.70. De absolute meetfout is een belangrijke maat om het absolute verschil tussen twee metingen te bepalen. Adequate maten voor het bepalen van de absolute meetfout zijn: de Standard Error of Measurement (SEM) en de Limits of Agreement (LoA). Een positieve beoordeling wordt verkregen een klinisch relevante verandering buiten de LoA valt. Responsiviteit is de mate waarin een meetinstrument klinisch relevante veranderingen in de tijd kan vaststellen. Responsiviteit wordt positief gescoord wanneer vooraf opgestelde hypothesen over een verwachte relatie tussen veranderscores op het meetinstrument en een vergelijkbaar instrument of over verwachte veranderingen in scores tussen groepen of na een behandeling met bekende effectiviteit, overeenkomen met de resultaten. Een positieve score wordt ook verkregen als het instrument in staat is een klinisch relevante verandering te onderscheiden van meetfout, dus als de Smallest Detectable Change (SDC) groter is als de MIC.

Interpreteerbaarheid geeft de mate waarin betekenis gegeven kan worden aan scores van de instrumenten. Gemiddelden en standaarddeviaties (SD) van verschillende sub(groepen) van patiënten en de MIC dragen bij aan de interpreteerbaarheid van scores op het meetinstrument. Wanneer deze maten gegeven zijn en gemiddelden en SD’s van ten minste vier verschillende (sub)groepen gegeven zijn wordt interpreteerbaarheid positief beoordeeld.

[gebruik van meetinstrumenten]